Collage van Middeleeuwse instrumenten

 

 

 

Zoals reeds eerder te lezen was op de startpagina bij het gedeelte : "Wat is ons instrumentarium ?" werden de muziekinstrumenten opgedeeld in twee hoofdcategorieën : de zachtklinkende instrumenten en de luidklinkende instrumenten. Daar we hier niet alle instrumenten die er bestonden kunnen bespreken, beperk ik me tot die instrumenten die we zelf bezitten en bespelen en geef ik hierover wat diepgaandere informatie, vergezeld van de bijhorende foto :

 

 

 

 

Tot de groep van de luidklinkende instrumenten behoren de blaas- en slaginstrumenten :

 

 

 

 

Fluiten1. De Fluiten, hier afgebeeld twee Ierse Tin Whistles en enkele blokfluiten die eigenlijk niet zo erg verschillen van de middeleeuwse fluiten.

 

Fluiten in het algemeen behoren tot de oudste muziekinstrumenten en werden al in de prehistorie aangetroffen. Veel culturen kennen hun eigen varianten zoals de dvojnice uit Dalmatië, een dubbelfluit. Er zijn principieel twee manieren van aanblazen: recht via een mondstuk, de bekfluiten, en dwars zonder mondstuk, de dwarsfluiten, waartoe bijvoorbeeld ook de panfluit behoort. Beide versies hadden waarschijnlijk oorspronkelijk een vingerzetting gebaseerd op zes vingergaten, zoals dat vandaag de dag bij de Ierse tin whistle nog steeds het geval is. Ook de traverso zoals deze vóór de uitvinding van de moderne dwarsfluit door Theobald Böhm gebouwd werd, was op dit ontwerp gebaseerd. De echte blokfluit onderscheidt zich van het ontwerp met zes gaten doordat het een duimgat voor de linkerduim bezit en veelal een achtste gat voor de rechter pink. Dit ontwerp is duidelijk een stuk jonger. De voorlopers van de moderne blokfluit stammen mogelijk uit de 14e eeuw. Zij worden echter pas echt, en dan ook uitzonderlijk, populair vanaf 1500. Dit hing samen met de opkomst van de gegoede burgerij en de verspreiding van muziek in gedrukte vorm. In 1511 en 1535 verschenen de eerste boeken over de blokfluit respectievelijk geschreven door Sebastian Virdung en Silvestro Ganassi. De populariteit van het instrument bleef voortduren tot aan de 19e eeuw. In het grote orkest van die dagen, met muziek die sterk moduleerde naar moeilijk te spelen toonsoorten, was geen plaats meer voor de blokfluit. Blokfluiten zijn er in zeer veel verschillende soorten en maten. De lengte kan van 10 cm tot zo'n 320 cm uiteenlopen. Veel van deze blokfluiten krunnen door 'overblazen' boventonen voortbrengen en daarmee hun bereik uitbreiden. Zo heb je :

Naam : Grondtoon : Lengte :
de Kleine sopranino/Garklein C 17 cm
de Sopraninoblokfluit F 24 cm
de Sopraanblokfluit C 32 cm
de Altblokfluit F 48 cm
de Tenorblokfluit C 62 cm
de Basblokfluit F 93 cm
de Grootbasblokfluit C 120 cm
en tenslotte de Contrabasblokfluit of Subbasblokfluit F 200 cm

 

De "grootste blokfluit ter wereld" is gemaakt door de Nederlandse blokfluitbouwster Adriana Breukink. Zij heeft er in totaal drie gemaakt; er zijn er twee in Nederland en een in België in gebruik. Een afbeelding van deze reuzenblokfluit is te zien op de Nederlandse Blokfluitpagina. Ook de Slowaakse Fujara is manshoog. De meeste blokfluiten worden van hout gemaakt. De gebruikte houtsoorten zijn zachte Europese houtsoorten (perenhout, pruimen, kersen, esdoorn / ahorn, olijfhout, noten, buxus / palmhout) of harde tropische houtsoorten (palissander, cocobolo, rozenhout, ebbenhout, coromandel, grenadille, bubinga, West-Indische buxus). De prijs van een instrument hangt onder andere af van de gebruikte houtsoort. Er worden ook blokfluiten gemaakt van kunststof, wat een aantal voordelen heeft ten aanzien van zuiverheid en ongevoeligheid voor vocht. Kunststof blokfluiten zijn vrijwel onderhoudsvrij en worden in kwaliteit alleen overtroffen door veel duurdere houten fluiten. Omdat kunststof blokfluiten relatief goedkoop zijn, worden ze veel gebruikt voor lessen op muziekscholen, waar leerlingen net beginnen en nog niet weten of ze met spelen doorgaan. Kunststof fluiten kennen ook niet het probleem van houten fluiten die gemakkelijk bij het blok kapot gaan, maar het mondstuk raakt daarentegen gemakkelijk verstopt door ademvocht. Daarom voorzien sommige spelers hun kunststof fluit van een houten blok. Als curiositeit worden wel blokfluiten van andere materialen dan hout en kunststof gemaakt, zoals van glas. Een blokfluit zonder dubbele boring heeft acht gaten; zeven aan de bovenkant en één aan de onderkant. Aan de onderkant bevindt zich het duimgat dat helemaal of half geopend kan worden om hogere noten te produceren. De onderste twee gaten aan de bovenkant zijn vaak dubbel uitgevoerd (dubbele boring) om het gedeeltelijk afsluiten van een toongat te vereenvoudigen en daarmee het spelen van laddervreemde tonen mogelijk te maken. Een blokfluit heeft Duitse boring ("gewone" vingerzetting) of barokboring ("barok" vingerzetting). Bij de Duitse boring is het 4e vingergat van boven (duimgat niet meegeteld) groter dan het 5e. Bij barokboring is het 4e vingergat kleiner dan het 5e. Een f op een "standaard" blokfluit (sopraan) is met Duitse boring: duim + 1,2,3 en 4 en met een barokboring: duim + 1,2,3,4 met 6,7. Sommigen bevelen de gewone vingerzetting aan om muziek aan te leren en om blokfluit te leren spelen. De gevorderde speler verkiest veelal een blokfluit met barokboring. Op de blokfluit wordt voornamelijk barokmuziek gespeeld, maar er is ook veel oudere muziek en veel moderne muziek voor dit instrument geschreven. Een blokfluit komt niet in een symfonieorkest voor, maar wel vaak in een barokorkest. Verder wordt dit instrument vaak solo gebruikt of met piano- of klavecimbelbegeleiding. Ook bestaan er talloze blokfluittrio's en -kwartetten, waarvan het Amsterdam Loeki Stardust Quartet een voorbeeld is.

 

 

Luister naar een Fluitfragment :

 

 

 

 

 

 

 

Kleine Bodhran2a. Kleine omstembare Bodhrán

 

De bodhrán (uitgesproken als bauwron ) is een Ierse lijsttrommel die bespeeld wordt met een soort drumstick met één of twee slageinden, "tipper", "cipin" of "beater" genoemd. Als de bodhrán met de rechterhand bespeeld wordt, kan de speler met de linkerhand de toon in hoogte laten veranderen door die hand tegen het vel te houden en van boven naar beneden te bewegen of op andere manieren tegen het vel te houden of te drukken. Twee gekruiste latten of stukken rond hout aan de achterkant van de trommel kunnen dienen als steun voor de stemmende hand. Oorspronkelijk werd het kruis gebruikt om de drum aan vast te houden wanneer deze lopend bespeeld werd en om vervorming (eivormig worden) van de rand te voorkomen. Tegenwoordig worden ook veel bodhráns zonder kruis erin gemaakt. Oorspronkelijk was een bodhrán niet meer dan een hoepel van hout bespannen met een (geiten)vel. Een dergelijke trommel wordt erg beïnvloed door weersomstandigheden, luchtvochtigheid en dergelijke. Op een regenachtige dag kan het vel van een niet stembare bodhrán binnen een uur zo slap hangen dat hij niet meer bespeelbaar is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote Bodhran2b. Grotere stembare Bodhrán

 

Naarmate de interesse in de bodhrán groeide ging ook de ontwikkeling van dit instrument verder. Dit resulteerde in de ontwikkeling van "stembare" bodhráns. Een stembare bodhrán heeft aan de binnenkant een mechanisme en een "stemring". Het mechanisme bestaat uit stemschroeven (tussen de 4 en de 8 meestal) die de stemring naar beneden duwen waardoor het vel strakker of minder strak gespannen kan worden, waardoor zowel de effecten tegengegaan kunnen worden die veroorzaakt werden door veranderde weersomstandigheden of hoge luchtvochtigheid, als dat je de algehele toonhoogte van de bodhrán kan veranderen. Ook de bewerking van het vel heeft een ontwikkeling doorgemaakt. Vroeger werd er voornamelijk geitenvel gebruikt, maar tegenwoordig worden er ook bodhráns gemaakt met (onder meer) kangoeroevel of hertenvel. Ook als het gaat om geitenvel zijn er veranderingen/vorderingen gemaakt. Vroeger werd er voornamelijk een vrij dik vel gebruikt dat lange tijd ingespeeld moest worden voordat het echt goed klonk.

Bodhráns zijn er in verschillende prijsklassen. Een eenvoudige, onstembare drum kost rond de 40 euro. Stembare kwaliteitstrommels beginnen rond de 200 euro en een professionele bodhrán kost tussen de 250 en 400 euro. Er zijn verschillende speelstijlen. De meest gebruikte zijn Kerry style en Top End style. Tommy Hayes heeft een eigen stijl van spelen ontwikkeld, maar deze wordt niet door veel andere spelers gebruikt. Bij Kerry style worden alle twee de kanten van de tipper gebruikt en bij Top End slechts één kant, maar de tipper wordt op zo'n manier gebruikt dat de zogenaamde "triplet" (het effect dat normaal bereikt wordt door de boven- en onderkant van de tipper te gebruiken) wordt veroorzaakt door slechts één kant van de tipper. Heel belangrijk bij deze speelstijl is een soepele pols, waardoor de tipper het vel drie keer kan raken door één beweging. Er zijn veel verschillende tippers beschikbaar die ieder een andere klank kunnen geven. Er zijn tippers met ronde, dikke uiteinden en tippers die eigenlijk gewoon een rechte "stok" zijn. Ook worden er tegenwoordig hotrods en jazzrods gebruikt. Dit zijn tippers die bestaan uit meerdere dunne, bij elkaar gebonden stokjes. Hiermee kunnen andere effecten en klanken bereikt worden. Soms worden ook "brushes" gebruikt, dit kunnen zelfs gewone haarborstels zijn, en hiermee kan heel zacht meegespeeld worden met muziek, indien dit gewenst is. Voor tippers worden meestal wat zwaardere, exotische houtsoorten gebruikt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: rosewood, snakewood, fernambuco, cocobolo, blackwood en ebbenhout.

 

Luister naar een Bodhránfragment :

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Darbuka3. de Darbuka

 

Een darbuka (Arabisch: ‏ook wel darabuka, derbuka of tarambuka genoemd) is een vaastrommel die gespeeld wordt in het Midden-Oosten, op de Balkan en in Oost-Europa. Darboekaspelers worden drabki genoemd. De darbuka is van Noord-Afrikaanse oorsprong en dateert uit ongeveer 1100 v.Chr. Het is niet gerelateerd aan de djembe. De rechterhand slaat (meer naar het midden) de zware tel, "doem" genaamd en de zogenaamde "tak" op de rand van het vel. De linkerhand vult het ritme op (meestal met aanvullende "taks"). Het is een van de meest gebruikte slaginstrumenten van de Arabisch-islamitische wereld. De darbuka wordt in Marokko vooral gebruikt voor Dakka Marrakchia of voor chaabi-muziek. In Egypte wordt dit instrument vooral gebruikt voor charki-muziek. De darbuka wordt in Griekenland ook wel tumberleki genoemd en wordt vaak gebruikt in combinatie met een lira (kementsje). Op het Grieks/Turkse model wordt vaak met de linkerhand gespeeld door met de vingers te knippen op de rand van het vel ("tak"). Op de darbuka is die techniek zelden van toepassing (of onmogelijk vanwege de andere bouw) en wordt een andere techniek gebruikt.

 

 

Luister naar een Darbukafragment :

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Middeleeuwse Landsknechttrommel4a. Middeleeuwse Landsknechttrommel met dubbel vel.

 

Trommels zijn de grootste groep muziekinstrumenten binnen de membranofonen. Trommels bestaan doorgaans uit een ketel met een gespannen vel (membraan) over de boven- en soms ook onderkant. Het geluid wordt gecreëerd door op het membraan te slaan. Dit gebeurt met stokken of met handen. Vandaar de term slaginstrumenten. De trommel is binnen de muziek vrijwel altijd aanwezig. Denk hierbij aan fanfares, orkesten, combo's en aan pop- en rock-bands. Een drumband bestaat bijna uitsluitend uit trommels. Eigenlijk is de juiste benaming trom (dus zonder -mel), in meervoud trommen. Trommels komen in verschillende diepte- en omtrekmaten voor. Elke combinatie van diepte en omtrek levert een andere klank op. Hierbij gelden de regels "hoe dieper een trom, hoe lager de klank" en "hoe groter de omtrek van een trom, hoe lager de klank". Het materiaal van een trom is essentieel voor de uiteindelijke klankkleur. Zo klinkt hout in de regel warmer en voller dan metaal, fiberglas of kunststof. Hout is het meest voorkomende materiaal waarvan trommels zijn gemaakt. Het soort hout, de dikte van het hout en de afwerking van het hout; alle tezamen bepalen ze het karakter van de klank. Dat geldt ook voor het materiaal van het vel. Het soort vel (natuurlijk of kunststof), de dikte van het vel en de bespanning van het vel; het beïnvloedt allemaal het uiteindelijke geluid van de trom. Uitgaande van een moderne trommel, dan bestaat deze standaard uit de volgende componenten: De ketel; de klankkast van de trommel, meestal met een ronde (dan wel cilindrische) vorm. Het slagvel: het membraan waar men op slaat. Indien aanwezig het resonantievel : het ondervel dat de geproduceerde geluidstrillingen van het slagvel "versterkt" en qua klank "inkleurt". De spanringen : de metalen of houten ringen waarmee men de vellen aanspant. De spanklauwen : de metalen "houders" die nodig zijn om een vel te spannen. De spanbouten : de metalen schroeven die in de spanklauwen worden gedraaid om het vel te spannen. Noot: Vroeger werden vellen van trommels via een touw gespannen. Dit ziet men bijvoorbeeld terug bij een tapan (een Turkse grote trom). Bij een "kleine trom", "concerttrom", "snare-trom" of "paradetrom" vindt men als extra de volgende onderdelen: De snaarmat: een serie draden van metaal, darm of fiber welke op een bepaalde manier zijn gebogen en aan weerskanten bijeen worden gehouden. Het snaarmechaniek : een mechanisme op de ketel van de trom, waarmee de snaarmat op het resonantievel kan worden gedrukt (het "scherp" spelen) of juist van het resonantievel af kan worden gehaald (het "dof" spelen). Dit model noemt men een Landsknechttrommel en werd reeds eeuwenlang (al sinds de middeleeuwen) gebruikt als slaginstrument bij de mars naar het slagveld, meestal vergezeld van doedelzakspel. Vooral de Duitse Landsknechten waren fan van dit soort trom en hebben daardoor ook de naam aan het instrument verleend.

 

 

Luister naar een Landsknechtentrommel-fragment :

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Middeleeuwse bastrom4b. Tabor / Middeleeuwse bastrom.

 

Er bestaan net zoveel soorten stokken als dat er trommels zijn. Zo bestaan er stokken van hout, plastic en zelfs van metaal. De meest voorkomende stokken hebben een klein uiteinde; de zogenoemde "tip". Deze kan van hout, plastic of van metaal zijn. Er bestaan ook stokken waar op het eind een bol is bevestigd. Deze "knotsen" zijn gemaakt van vilt, kurk of leer. Daarnaast zijn er ook speciale stokken als "kwastjes" (brushes), die binnen de jazz veelvuldig worden toegepast. Elke stok levert een ander geluid op. Het materiaal van de stok, de zwaarte en de vorm van de stok: ze zorgen tezamen voor de klankkleur van het uiteindelijke geluid. Dit model trom met dubbel vel en nog vacht op het vel, produceert in tegenstelling tot het feit dat het niet zo een extreem grote diepte of omtrek heeft, toch een zeer warme en diepe basklank. De Landsknechttrommel hierboven vernoemd heeft eerder een tenorklank. De Tábor of tamboerijn (Welsh: Tabwrdd) verwijst naar een draagbare snare drum die men bespeelde met één hand. Het woord "tabor" is gewoon een Engelse variant van een Latijns-afgeleide woord met de betekenis "drum" (Zie Frans: tambour, Italiaans: tamburo ). Hij werd gebruikt in het leger als een marching instrument of als begeleiding in parades en processies. Een tábor heeft een cilindrische houten lichaam, twee huiden hoofden aangespannen door een verstelbare "gut snare", touw spanning en een leren riem. Elke tabor heeft een bereik van iets meer dan een octaaf: hoe groter de Tábor, hoe lager de toonhoogte. Hij wordt doorgaans bespeeld met slechts één stick, die meestal het bovenvel aanslaat. De tábor is het meest bekend als begeleiding van de "pijp", een middelgrote fluit met slechts 3 of 4 gaten en andere kleine fluiten, en meest beroemde als het percussieve element in de configuratie van de "pijp en tabor", de middeleeuwse one-man band. In Spanje wordt door "pijp en taborers" een diepe trommel gebruikt voor een tabor , en in Engeland een ondiepe Tom-Tom, hoewel middeleeuwse afbeeldingen van een "pijp en tabor" meestal een grote ondiepe tabor met een vergelijkbare vorm van een bodhrán weergeven.

 

 

Luister naar een "Pijp en Tabor-fragment" :

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Magische Mand5. En last but not least ... de Magische Mand!!!

 

In deze Magische Mand graait graag menig kinderhand ... Ze is dan ook gevuld met allerlei toeters en bellen : ratels, tamboerijns, belletjes, kikkers en krekels en nog veel meer en voor ieder kind een verrassing telkens weer ... Maar zal ik je eens wat vertellen over die toeters en bellen ? Daar mogen zowel klein en groot uit kiezen en met ons meespelen maar zeker de maat niet verliezen !!!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                  Naar begin van de pagina